Komend voorjaar komt er, na 28 jaar, een einde aan mijn politieke loopbaan: twaalf jaar als raadslid in Zuidhorn, daarna achteneenhalf jaar wethouder in Zuidhorn en vervolgens zeveneneenhalf jaar wethouder in Westerkwartier.
In een reeks blogs blik ik terug op die periode.
In deze derde blog staat een portefeuille centraal die mijn hele bestuurlijke loopbaan met mij is meegegaan: Wmo en Welzijn.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) werd in 2007 ingevoerd, met als doel zelfredzaamheid en participatie te bevorderen. Gemeenten werden verantwoordelijk voor ondersteuning die daarvoor landelijk was geregeld. Als raadslid in Zuidhorn maakte ik deze invoering van dichtbij mee. Ik herinner me nog goed hoe de toenmalige wethouder samen met raadsleden en leden van de Wmo-adviesraad de wijken introk om inwoners te spreken. Voor die tijd was dat een vernieuwende vorm van participatie.
De gedachte achter de Wmo sprak mij aan. Gemeenten kennen hun inwoners, hun dorpen en wijken, en kunnen daardoor beter maatwerk leveren. Niet alleen professionele zorg is belangrijk, maar ook de rol van familie, buren en dorpsgenoten. Dat is niet alleen goedkoper, maar vooral menselijker.
Ik ben altijd positief geweest over de Wmo, ook toen anderen spraken over de ‘Wet maatschappelijke ontwrichting’. Meedoen in de samenleving is cruciaal. Het voorkomt eenzaamheid en geeft mensen betekenis en verbinding. Soms is een plek in een buurthuiskamer waardevoller dan een voorziening in natura. Goed voor de inwoner, én voor de houdbaarheid van de zorg.
Met de invoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet kwam er nog meer verantwoordelijkheid bij gemeenten te liggen. Maatwerk werd het uitgangspunt: gelijke gevallen gelijk behandelen, maar ongelijke gevallen ook ongelijk durven behandelen.
Wat deze portefeuille zo bijzonder maakt, is dat beleid en uitvoering samen met inwoners en maatschappelijke organisaties vorm krijgen. Ambtenaren gaan op huisbezoek en voeren het gesprek aan de keukentafel: wat is hier nu echt nodig?
Inwoners worden gestimuleerd om actief te blijven, soms om zorg te voorkomen, soms om iets terug te doen voor de samenleving. Daarbij spelen ook de adviesraden een belangrijke rol. Betrokken en deskundige inwoners denken gevraagd en ongevraagd mee en houden ons scherp.
Ook de welzijnsorganisaties verdienen hier een plek. Jongerenwerkers, ouderenwerkers, buurtcoaches, sportcoaches en vele anderen leveren dagelijks belangrijk werk. In Zuidhorn gebeurde dat via SWgZ (Stichting Welzijn gemeente Zuidhorn), in Westerkwartier via Sociaal Werk De Schans. Met beide organisaties werkte ik altijd prettig samen, net als met zorginstellingen, woningcorporaties, politie, verslavingszorg en vele andere partners.
De buurthuiskamers in Zuidhorn en Aduard zijn voor mij schoolvoorbeelden van hoe het bedoeld is: ontstaan vanuit de samenleving en nog altijd van grote waarde, met name voor oudere inwoners, maar zeker niet alleen voor hen.
Ook het behoud van De Schutse in Leek, bij de start van de herindeling, past in dat beeld. Ik herinner me de betrokkenheid en de actie vanuit inwoners nog goed (gele hesjes bij de eerste raadsvergadering) — en die was meer dan terecht.
Een absoluut hoogtepunt was het behoud van verzorgingshuis De Wierde in Grijpskerk in 2016. De energie die toen loskwam in het dorp en de regio bezorgt mij nog steeds kippenvel. Dankzij samenwerking tussen inwoners, dorpsbelangen en dorpscoöperatie, huisarts, zorgorganisatie, gemeente en vele anderen staat er nu met De Nieuwe Wierde een multifunctionele accommodatie die onmisbaar is voor Grijpskerk en omgeving.
In het verlengde daarvan mocht ik in deze collegeperiode als coördinerend wethouder Dorpshuizen nieuw beleid ontwikkelen. Dorpshuizen worden sindsdien ondersteund met zowel advies als financiële middelen — een erkenning van hun rol als hart van het dorp.
In de afgelopen jaren heeft de gemeente Westerkwartier bovendien een trekkende rol gespeeld bij de invoering van Domein Overstijgende Samenwerking. Samen met zorgaanbieders en inwonersinitiatieven wordt formele en informele zorg beter op elkaar afgestemd. Voor inwoners maakt het daardoor minder uit vanuit welke regeling (Wmo, Wlz of Zvw) ondersteuning wordt geboden. De hulp sluit beter aan en versnippering wordt voorkomen. Deze vernieuwende manier van werken krijgt inmiddels ook landelijk navolging in nieuwe wetgeving.
Bijzonder vond ik ook de momenten waarop vrijwilligers en mantelzorgers in het zonnetje werden gezet. Zij zijn het cement van de samenleving. Zonder hen zou veel vastlopen.
Bij Wmo en Welzijn hoort ook het thema inclusie: iedereen doet mee. Ongeacht afkomst, leeftijd, opleiding, geloof, geslacht, gender, seksuele geaardheid of beperking. In aansluiting op het nieuwe Beleidsplan Sociaal Domein hebben we daarom ook een nieuwe Inclusieagenda vastgesteld. Want meedoen mag geen toeval zijn — daar moet je als gemeente bewust aan werken.
Wmo en Welzijn zijn bij uitstek beleidsterreinen waarin de overheid dicht bij inwoners staat en echt iets kan betekenen — juist voor mensen die niet vanzelf hun weg vinden. Niet vanuit een overheid die alles overneemt, maar ook niet vanuit het idee dat iedereen het maar zelf moet redden. Het blijft belangrijk dat niemand tussen wal en schip valt, zeker kwetsbare inwoners niet.
Soms werd ik gevraagd mee te gaan op huisbezoek wanneer het lastig was om samen tot een goede afweging te komen. Dat waren waardevolle momenten. Ze bevestigden hoe belangrijk de menselijke maat is — en hoeveel respect onze Wmo-consulenten en andere professionals verdienen. Petje af.
Reacties of vragen?
Neem gerust contact op via bert.nederveen@westerkwartier.nl
https://www.linkedin.com/in/bert-nederveen-7317b13/
https://bsky.app/profile/bertnederveen.bsky.social
https://www.westerkwartier.nl/bert-nederveen
https://westerkwartier.christenunie.nl/