Komend voorjaar komt er, na 28 jaar, een einde aan mijn politieke loopbaan: twaalf jaar als raadslid in Zuidhorn, daarna achteneenhalf jaar wethouder in Zuidhorn en vervolgens zeveneneenhalf jaar wethouder in Westerkwartier.
In een reeks blogs blik ik terug op die periode.
In deze tweede blog sta ik stil bij één van mijn belangrijkste portefeuilles: Financiën.
De wethouder Financiën heeft een bijzondere positie binnen een college. Vergelijkbaar met de minister van Financiën in Den Haag: vrijwel elk besluit heeft financiële gevolgen. Het maakt daarbij een wereld van verschil of je bestuurt in tijden van financiële voorspoed of juist van schaarste.
Toen ik in 2010 begon als wethouder Financiën was dat niet omdat ik mezelf als specialist zag. Natuurlijk, ik heb wiskunde gestudeerd en kan goed rekenen. Maar de belangrijkste reden was simpel: ik nam de portefeuilles van mijn voorganger één op één over én de andere wethouders stonden er niet om te springen. Mijn voorganger gaf mij nog een praktisch advies mee: “Als er maar meer binnenkomt dan eruit gaat, dan komt het wel goed.”
Zo eenvoudig bleek het natuurlijk niet.
Gaandeweg ben ik de portefeuille Financiën steeds meer gaan waarderen. Ik vond het wel leuk als ik werd aangeduid als ‘de Puutholder’ en verkleedde
mij met plezier als ‘Scrooge’ op de kerstmarkt. Tegelijk heb ik altijd benadrukt dat financiën geen soloproject zijn. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het hele college én van de hele organisatie.
Ik genoot van de bespreking van de grote financiële stukken: begroting, jaarrekening, bestuursrapportages en perspectiefnota. Dat de wethouder Financiën daarbij vaak veel aan het woord is, vind ik eigenlijk niet helemaal terecht – maar nu ik het zelf was, had ik daar eerlijk gezegd weinig moeite mee. Daarbij kon ik altijd rekenen op een deskundig en betrokken team Financiën, en dat maakt een wereld van verschil.
Mijn eerste periode in Zuidhorn begon financieel gezien buitengewoon lastig. Er moesten forse bezuinigingen worden doorgevoerd. In de jaren 2011 tot en met 2014 werd de OZB extra verhoogd met respectievelijk 15%, 15%, 10% en 10%. Dat het laatste percentage uiteindelijk werd gehalveerd — verkiezingen in aantocht? — is een detail.
Ook aan het einde van mijn wethouderschap zijn de financiële omstandigheden opnieuw uitdagend. Door kritisch naar de begroting te kijken en scherper — soms ook risicovoller — te begroten, hebben we het tij weten te keren. Nieuw beleid is alleen mogelijk als het echt onuitstelbaar en onontkoombaar is. Dankzij behoorlijke overschotten in eerdere jaarrekeningen staan onze algemene reserve, het weerstandsvermogen en de solvabiliteit gelukkig weer op een gezond niveau.
Een bijzonder hoogtepunt vond ik mijn lidmaatschap van de commissie Financiën van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, vanaf 2019. Deze commissie adviseert het VNG-bestuur over landelijke financiële vraagstukken. Ik was daar trekker van het dossier Herijking gemeentefonds. We demonstreerden zelfs bij het Binnenhof – en de discussie is nog altijd niet afgerond. Ook mocht ik binnen deze commissie vicevoorzitter zijn.
Het zogenoemde ‘ravijnjaar 2026’ hebben we deels weten te dempen. Daarbij speelde de kerngroep Herijking Groningen–Friesland een belangrijke rol.
Goed en verantwoord omgaan met publieke middelen is van groot belang voor iedere overheid. Dat vraagt niet alleen om een betrokken wethouder, maar om een organisatie die financieel bewust is op alle niveaus.
Goed financieel beleid is voor mij een vorm van rentmeesterschap. We beheren gemeenschapsgeld, met verantwoordelijkheid naar inwoners van nu én van later. Dat vraagt om zorgvuldige keuzes, om eerlijkheid over grenzen en om de bereidheid om soms ‘nee’ te zeggen, zodat we op langere termijn kunnen blijven doen wat nodig is.
Ik ben blij dat de gemeente Westerkwartier inmiddels weer wat vet op de botten heeft. Tegelijk blijft het zoeken naar een goed evenwicht tussen lasten en lusten, tussen inkomsten en uitgaven. Dat betekent dat belastingen soms verhoogd moeten kunnen worden – mits duidelijk is wat inwoners daarvoor terugkrijgen. En het betekent ook dat het Rijk gemeenten voldoende middelen moet geven om hun taken goed uit te voeren.
Reacties of vragen?
Neem gerust contact op via bert.nederveen@westerkwartier.nl
https://www.linkedin.com/in/bert-nederveen-7317b13/
https://bsky.app/profile/bertnederveen.bsky.social
https://www.westerkwartier.nl/bert-nederveen
https://westerkwartier.christenunie.nl/